BicarZ for cows-dairy cows

Gezonde, competitieve koeien houden is een uitdaging

Herkauwers worden gekweekt om hun vlees en hun melk. Om competitief te blijven op de nationale en internationale markten, moeten melkveehouders de rantsoenen optimaliseren en in het bijzonder de energiedichtheid ervan verhogen met granen. Daarbij lopen ze het risico het vezelaandeel te verlagen. Energierijke rantsoenen verhogen met andere woorden het risico op verzuring en dus op lagere prestaties en gezondheidsproblemen. Voor de vleesproductie zijn de kuddes meestal groot, met een geoptimaliseerd voederbeheer. Ook hier houden vetmestrantsoenen, die per definitie energierijk zijn, een risico op verzuring in. Voor een gepaste natriumopname, een gecontroleerde kation-anionbalans en de preventie van verzuring is het gebruik van Bicar®Z voor herkauwers onontkoombaar.

 

Waarom moet u Bicar®Z voor koeien gebruiken?

Bicar®Z drijft de melkproductie op

Vier liter meer melk per koe en dag

Het team van Bicar®Z heeft meerdere studies uitgevoerd in verschillende landen. Die hebben aangetoond dat 250 tot 300 g Bicar®Z, al dan niet vermengd met het dagelijkse rantsoen, tot 16,5% meer melk leidt. Elke koe produceerde tussen 2,4 en 4 liter meer per dag.

 

Bicar®Z bevordert de vruchtbaarheid 

BicarZ for cows-cheptel-dairy cows

In de eerste lactatiefase hebben koeien veel energie nodig. Als het dieet daar niet op afgestemd is, krijgt de koe te maken met energietekorten en spreekt ze haar eigen lichaamsreserves aan om voldoende melk te produceren. Dat kan leiden tot gewichtsverlies en verminderde vruchtbaarheid (vertraagde ovulatie, langere intervallen tussen drachten enz.). 

Uit een onderzoek van Solvay bleek dat koeien die Bicar®Z krijgen, 50% minder vruchtbaarheidsproblemen en uierinfecties hebben. Bij de koeien die Bicar®Z kregen, slaagde 59,1% van de eerste inseminatiepogingen, terwijl dat percentage bij de andere koeien 35,7% bedroeg.

Bereken de ideale dosis volgens het ontwikkelingsstadium van uw dieren

1,5 tot 3,5 l
minder melk per dag door hittestress

Bicar®Z bestrijdt de problemen van een rijk dieet

Om competitief te blijven en de productiecapaciteit van uw dieren te verbeteren, moet u de rantsoenen optimaliseren. Een te energierijk dieet kan echter het risico op verzuring verhogen, met lagere prestaties als gevolg. 

Bicar®Z is een eenvoudige en effectieve oplossing om verzuring te voorkomen

De pensflora van koeien is zeer gevoelig voor pH-schommelingen. Een pH van minder dan 6,0 leidt tot meer amylolytische flora, die zelf zuur produceert. Dat gaat ten koste van de cellulolytische flora die een goede voervertering mogelijk maakt. De vertering wordt onvolledig (niet-verteerde vezels en graan in de mest) en het dier krijgt niet genoeg voedingsstoffen meer binnen voor een goede melkproductie. Met andere woorden, de voederefficiëntie daalt.

Meer informatie over verzuring

Bicar®Z beperkt de impact van hittestress voor herkauwers

Verzuring kan leiden tot hittestress bij een omgevingstemperatuur boven de 20 °C of een TVI (temperatuur-vochtigheidsindex) van meer dan 68. Herkauwers gaan dan namelijk sneller ademen om meer lichaamswarmte te verliezen. Doordat er CO2 verloren gaat via de longen, zakt de voorraad bicarbonaat in het lichaam, dat dan minder effectief de pens-pH kan bufferen. Bovendien gaat de koe meer transpireren en urineren, wat het probleem alleen maar verergert en ook nog eens tot kaliumverlies leidt.

Waarnemingen in het veld in een Frans departement bij een kudde van 60 koeien (dr. Danièle Castellani, 2012) toonden aan dat hittestress kan leiden tot 1,4 tot 3 kg minder drogestofopname per dag en tot 1,5 tot 3,5 l minder melkproductie per dag.

De buffercapaciteit van het bicarbonaat in Bicar®Z helpt de pH in evenwicht te brengen en vormt een zuivere, chloorvrije bron van natrium of zwavel om de verliezen te compenseren. 

Meer informatie over hittestress

 

BicarZ for cows

Bicar®Z voor koeien corrigeert de elektrolytenbalans

Als u de elektrolytenbalans van uw koeien controleert, kunt u problemen als verzuring en de gevolgen daarvan voorkomen.  Bereken die balans op basis van het kation-anionverschil (KAV).

Voor een koe in lactatiefase moet het KAV tussen 250 en 400 mEq/kg DS (droge stof) liggen. Sommige rantsoenen, en dan vooral als ze rijk zijn aan koolzaadmeel, hebben echter een zeer laag KAV. 

Door 1% Bicar®Z aan het rantsoen toe te voegen, verkrijgt u 118 mEq/kg DS extra. Dat is een doeltreffende manier om het gehalte nuttige stoffen in de melk te behouden, in het bijzonder het vet- en eiwitgehalte.

Zo berekent u de optimale KAV-waarde

Veilige voederovergangen voor koeien

Met Bicar®Z bent u zeker van veilige voederovergangen, vooral bij weidend vee. Jong gras is rijk aan sterk fermenteerbare koolhydraten en bevat weinig cellulose, magnesium en natrium. De koeien eten het snel, met weinig speekselvorming en korte herkauwtijden. Dat kan verzuring in de hand werken. 

In een onderzoek in Ierland (O’Grady, 2008) bleek 11% van de weidende koeien last te hebben van verzuring (pH < 5,5). 

Als preventieve maatregel bij weidende dieren compenseert Bicar®Z (‘s morgens en ‘s avonds toegevoegd aan het rantsoen) het geringe natriumgehalte van jong gras zonder verzurende stoffen als chloor of zwavel toe te voegen. Op die manier wordt de pH hersteld tot zo goed als juiste fysiologische waarden.

Dit zijn de voornaamste effecten van bufferstoffen die experimenteel zijn gemeten in verschillende meta-analyses (Hu 2004, Meschy 2007, Iwaniuk 2015, INRA 2018):

  • Verhoging van de pH in de pens met +0,1 tot +0,3 eenheden, vooral bij een lage beginwaarde
  • Verhoging van de opname met +0,2 tot +1,2 kg DS
  • Verhoging van de productie met +0,5 tot 2,2 kg melk 
  • Verhoging van het botervetgehalte (melkvetgehalte) met +1 tot +3,5 g/liter 
BicarZ for cows-ruminants-cheptel

Een meta-analyse is een systematische wetenschappelijke methode die de resultaten van een reeks onafhankelijke studies over een bepaald probleem combineert volgens een reproduceerbaar protocol.

Het rendement op de investering van Bicar®Z bedraagt minstens 1:2 en kan gaan tot 1:8, zonder er rekening mee te houden dat bovendien bepaalde gezondheidsrisico's beperkt worden.

Volgens Mike Hutjens van de Universiteit van Illinois is het rendement op de investering in bufferstoffen 1:8, wat strookt met de vorige berekening.

Uit een onderzoek in de VS is gebleken dat 79% van de veehouders bufferstoffen gebruikt en dat het veruit het meest gebruikte ingrediënt in de veehouderij is.